woensdag 12 september 2007

Verdronken Masaï

(om te beginnen: we hadden enig beeldig beeldmateriaal, foto's die zo de wereldpressphotgrapherpulitzernobelaward zouden winnen, maar helaas moeten we die u onthouden... na 45minuten proberen één enkele foto up te loaden- van de achttien genomineerde- geven we het uiteindelijk op voor vandaag... morgen hopelijk beeldmateriaal

bij deze is dit probleem eigenlijk al opgelost en staan de foto's er dus al WEL tussen)

de blog:

Enkele dagen geleden eens richting Ogango-market getrokken. Deze middle-of-nowhere-plek werd door de regering uitgekozen als DE plaats om een nieuwe markt te herbergen en de verkopers van Kondele-market te herlocaliseren. Stiekem was deze regering daarbij vergeten dat geen enkele matatu langs deze vlakte rijdt en bijgevolg iedereen zijn waren ne kilometer ver zou moeten zeulen, naar een markt waar er nooit iemand passeert om ook maar één tomaat te kopen.





















Ogango market


Alle kiosks van Kondele zijn buldozegewijs met de grond gelijk gemaakt (we heben enig beeldig beeldmateriaal hiervan) in de hoop dat de verkopers van Kondele het beloofde land in Ogango zouden vinden. Maar de verkopers kwamen –pompom- de dag erna weer naar het drukste kruispunt in Kisumu, met name hetzelfde Kondele. Ogango bleef extreem leeg en is momenteel een verlaten spookmarkt (naar de gost-towns die je hier en daar in Amerika tegenkomt). Zeer uitgekiend plan daar!


















Luk in het Moeras /Hotel in Ogango-market

Nadat we op Ogango-market alles hadden gezien (wat vrij snel ging) klampten we twee bodaboda’s aan om ons naar Nairobi-road te brengen en zo de wijdere omgeving van Manyatta te ontdekken. De route liep door een duidelijk minder bevolkt deel. Grotere huizen met hier en daar wat agricultuur. Veel rustiger en een pak minder ‘musungu-geroep’.

Luk op der bodaboda

Onderweg kruisten we ergens twee Masaï’s op een fiets (twee Masaï’s op een fiets!). In tegenstelling tot ons besloten ze om een diepe regenplas al fietsend te trotseren (wij stapten vrolijk af en huppelden een beetje langs de kant van de weg naar de andere kant van de plas).

De moedige Masaï ging het als volgt af:

-de trapper versnelt, dit om met zekerheid de overkant te halen, achteropzitter trekt de voeten alvast op, giganstische glimlach richting ons, voetgangers aan de kant, full-speed benadering van de plas, de overkant bereikt! (Proficiat)

-de fiets bolt tot stilstand op de heuvel, voldane glimlach van beide masaï. Opdracht volbracht!

-hun glimlach trekt iets of wat weg als blijkt dat zwaartekracht de bovenhand haalt en de fiets iets of wat achterwaarts richting plas begint te bollen, versnelling van de fiets in tegengestelde richting, de glimlach verstart, paniek slaagt in, alom onheil op hun gezicht te lezen, de fiets bolt tot stilstand temidden van de plas… (de rest kan je raden en hilariteit van de omstaanders natuurlijk, waaronder wij)(maar ze konden er ook wel mee lachen en staken erg vrolijk hun duimen op toen ze met natte voetjes de plas uitstrompelden)














Masaï's in full-speed


Soit, we hebben dus een groot deel verkend van de wijdse omgeving rond Koyangomarket: het was erg boeiend en leuk om een langere tijd achterop een fiets door de Afrikaanse savanne te bollen en hier en daar een fotootje te trekken. We hebben ook onze twee zwoegende en zwetende fietsers op een coke getrakteerd, redelijk vreemd volgens hun maar ze waren er alvast enthousiast om.




















Chips na soda / HET archetype-cactus

















Zwaartekracht tartende tonnen

/Fysisch logische gestapelde tonnen


De voorbije dagen hebben we zo veel mogelijk info proberen verzamelen van de verschillende ngo’s, cbo’s en lokale instanties. Deze laatste zijn er echt bijzonder veel. Een poging tot opsomming: the ministry of housing, the ministry of land, the ministry of public works and roads (met de DRE) (spreek uit: de di-ar-ee)(de District Road Engineer dus), the municipal building office (met Town Planning Department/Town Engineering Department/Environmental Department), the physical planning office, survey of housing, district development office, district officers office, district commissioners office, provincial commissioners office, district water office, … and so on and so on. En natuurlijk word je van het ene naar het andere gestuurd met de belofte dat je daar wél zal vinden wat je nodig hebt. (en meestal moet je dan ‘morgen’ nog maar eens terugkomen, want ‘hoho… onverwacht binnenvallen’ voor informatie… dat is even een blokje te veel van het goede)































De gouden schoen

/De zilveren schoen


Soit, hier en daar vinden we wel wat info maar dat loopt heus niet van een leien dakje. Wel heb ik onlangs wel eventjes geluk gehad daar.

-Ik was ’s ochtends langs meneer Obera van de gemeente gegaan met de belofte dat hij me perfectly ging verder helpen. Natuurlijk kon hij me niet meteen helpen want de mens was bezig, maar om 14u had hij wel tijd voor me. Geen nood daar.

-Ik kom terug om 14u

-Ik wacht nog tot 14u20 vooraleer ik even vraag in een ander kantoortje of ik hem niet even kan bellen (en dus zijn nummer mag) want ik had toch een afspraak. “Nooo, he is out for lunch and just try to be patient…” –iedereen is in theorie op lunchpauze tussen 13u en 14u maar in de praktijk kijken ze natuurlijk niet op een minuutje of 35 als het op terug beginnen werken neerkomt.

-Ok, ik wacht nog tot 14u40 vooraleer ik het er toch nog eens op waag om zijn nummer ergens te vragen, ik krijg zijn nummer, bel hem en hij meldt me dat hij pas om 15u30 terug kan komen

-Om 15u30 sta ik geduldig als een hondje aan zijn kantoortje. Hij belt me één minuutje later om te melden dat hij het niet kan halen en vraagt of hij de afspraak met nog een uurtje kan verlaten…

-Om 16u30 bel ik hem éérst zelf (hoera, strak plan) om te vragen of hij er is en jawel hoor, hij is er (HIJ IS ER!). Ik ben natuurlijk nog aan de andere kant van ‘t stad en rep me naar zijn kantoortje waar ik hem te pakken krijg, een vijftal minuten voor hij het definitief wou bollen.

-Ik leg hem uit wat ik wil en hij zegt dat hij wel een aantal zaken heeft (natuurlijk niet alles wat me verteld is) maar dat ik morgen toch maar moet terugkomen om het op te halen –hij zou het klaar leggen…

Same old same old…

De volgende dag heb ik uiteraard geen tijd (er was ook niet echt een uurtje op geplakt) maar toen ik rond de late namiddag binnenviel op zijn kantoor was hijzelf natuurlijk niet aanwezig. Maar er was wel (hahaaa, de clue van het verhaal!) een theekransje bezig van een drietal op leeftijd zijnde dames. Ze konden me ook wel verder helpen (na mijn aandringen) maar de dame in kwestie had haar bril niet op, kon niet zo scherp turen naar het scherm als ik dat misschien wel niet zou kunnen en liet me dus gewoon alleen met de pc van meneer Obera. Ze zaten wel achter mij te theekransen, maar ik dacht: ‘de tante kan niet scherp zien van dichtbij, laat staan dat ze van ver kan kijken wat ik uitspook’ (en wat dan nog, ze zal waarschijnlijk meer geïnteresseerd zijn in met welke dame de burgemeester gisterenavond is gespot terwijl hij café ‘de pikante lingerie’ buitenkwam, dan in wat een musungu op een pc zit te prullen)(op een vijftiental minuten heeft een gemiddelde Keniaan trouwens maar twee documenten van de ene naar de andere schijf gesleept dus zal ze er ook niet veel vragen bij gesteld hebben dat ik er een 15tal minuten heb zitten prullen)(NIETS was minder waar uiteraard!) In een resem wilde sleepmanoeuvres heb ik 2.5GB van zijn pc gepleurd en in onze flashdisk gepropt. (hoeraa!)

Er zaten ook wel wat interessante documenten bij.

’s Avonds hebben we die natuurlijk vrolijk overgezet op de pc, de flashdisk gecleaned en de volgende dag zijn we als puppietjes gaan vertellen dat we toch niet erg veel informatie hadden gevonden en niet zeker waren of we wel alle juiste bestanden hadden (wat natuurlijk geen leugen is, we wisten natuurlijk niet zeker of we wel alles hadden gevonden wat hij van nuttigs had).

Ok, ok, het is niet lief van ons, maar zo’n kansje mag je niet bepaald laten liggen in het anti-informatie-delend regime dat hier leeft.



Goed, morgen doen we nog énkele officiële instanties aan op zoek naar nog enkele puzzelstukken en daarna lopen we terug het veld in om Koyango verder te mappen.

Btw, het onderwerp begint interessante vormen aan te nemen en we zijn in feite al een lange tijd nuttig werk aan het verrichten… ’t is dus niet dat we al weken niets aan het doen zijn.

‘Whe zjin hgoe bezeh…’

tot schnell in onze volgende update

soenen

siefo en klu


ps: hier nog enkele foto's die in aanmerking komen voor de een gouden schoen









































































Achtereenvolgens:

Oeli-market-indoor/Kibuye-market/Geeuwende Sofie met baard/Luk in Matatu/Kibuye-market/Mijmerende Joseph/Jommeke/Kuifje

donderdag 6 september 2007

chapatta in manyatta

We hebben het weer veel te lang verwaarloosd en moest het niet zijn dat geen nieuws goed nieuws was zou men bijna gaan vermoeden dat we beide met een stevige buikloop aan de bedpan gekluisterd waren en daardoor misschien niets meer lieten weten. Uiteraard is niets minder waar (uiteraard), alhoewel dat ik me toch bedenk dat we beide toch enige last hebben gehad van een minder viskeuze stoelgang dan men zou verwachten op een doordeweekse dag in pakweg september. Genoeg pipikaka verhalen voor deze minuut, over naar boeiender stukken ‘diary’.

Voor diegene die graag lachen met ons onderwerp, hier nog wat meer lachvoer: het staat nog steeds niet vast, maar we zitten wel in een goede richting en ons veldwerk vordert. Begeleiding is wat schaars en dat maakt de zaken er niet gemakkelijker op. Wat zijn we nu in feite aan het doen: een korte beschrijving maar vergeef me als er gaten of anomalieën in zitten, het is allemaal wat moeilijk, ook voor ons:
We bestuderen in een groter kader de noord-oostelijke sloppenwijken van Kisumu (een 6tal km²). En daarin bestuderen we nu 2 markten, de Koyango markt en de Kondele markt.

Kondele markt - Kondele Junction

De Kondele markt ligt op een ERG belangrijk toekomstig kruispunt van grote wegen, namelijk de JomoKenyatta (één van de twee grote uitvalswegen van Kisumu) en de bypass (een soort geplande ring rond Kisumu). Die bypass moet er nog komen, dus nu is het alleen nog maar de JomoKenyatta, maar binnen dit en een paar jaar ligt die bypass er en zal dat specifieke punt erg belangrijk worden voor de omgeving. Nu functioneert het als een soort markt, is het een parking en wordt het voor verschillende doeleindenes (wegens onenigheid tussen de twee auteurs) gebruikt. We proberen te onderzoeken hoe het geheel nu functioneert (op kleine en grote schaal) en eventueel wat de impact zal zijn van het aanleggen van de ring rond Kisumu. Daarnaast bestuderen we ook Koyango, dit is een meer achterliggende markt diep in Manyatta, met een eerder ruraal karakter. De vergelijking van deze 2 markten en diens omgeving levert hopelijk ook interessante inzichten op over het geheel van de noord-ooestelijk sloppenwijken. Voilah, in een ground-nuttshell wat we doen.

Nota: de plannen van de bypass (het masterplan) en de plannen van ‘Kisumu as Millenium City’ mogen we van de townplanner NIET inkijken… waar we het enkele weken geleden nog wel nen toffe pee vonden, vinden we het nu eerder ne ***. We waren er nog eens langsgegaan voor een heel aantal vragen, die hij echt met het grootste ‘dit-doe-ik-nu-eens-echt-met-tegenzin’-gezicht dat hij kon vinden in zijn lade, beantwoordde en na 5minuten al twee keer vroeg: ‘can I run off now?’. (allé, geen nood dat hij ander dingen te doen heeft maar dan moet hij toch ook niet zeggen dat hij wel tijd heeft voor ons he) (soit)(na onze eerst vraag of er een masterplan was antwoordde hij trouwens ‘nee’ en toen we vijf minuten daarna vroegen waarop de plannen van de bypass dan stonden zei hij vrolijk ‘on the masterplan off course’)

Praktisch kwam het werk de vorige dagen neer op het volgende: we vertrekken ’s morgens naar Kondele met Meneer Matatu (even van de gelegenheid gebruik maken om te vermelden dat we ons record hebben verbroken daaromtrent, namelijk 23 zotten –waaronder wij- in een matatu) (even recapituleren, normaal zit ge er met 14 in, het vorige record was 20)(prop!).

We stappen uit, nemen ons boekje boven waar we de niet accurate plannetjes al in getekend hebben en stappen alles een tweetal keer af. De eerste keer heel erg traag om overal aan te duiden wat er staat (huizen, nieuwe huizen, huizen die weg zijn, gehuurde huizen, grote winkels, kleine winkels, bijna niet-winkels (tijdelijke barakjes), gemengd wonen en werken, werkplekken, kerken, gemeenschapshuizen, waterpoints, tuinen, muren, …), alles dus zo’n beetje. Daarbij stellen we ook af en toe vragen over wat wat nu precies is. Dit geheel duurt natuurlijk érg lang. Daarna gaan we er een tweede keer door –praktisch hollen- met het fototoestel in de hand om zoveel mogelijk foto’s te trekken op zo kort mogelijke tijd. Dit om twee redenen: ten eerste is ons fototoestel misschien evenveel waard als het huis dat we ermee trekken (misschien zelfs meer) en kijken de mensen er dus met enig misprijzen/misnoegen/argwaan/irritatie/frustratie naar en is het, me dunkt, dus geen goed idee om er dagenlang mee te staan zwaaien. Ten tweede wil zowat elke inwoner van Manyatta graag op de foto staan (dat dan ook) en roepen ze al van ver dat ge een foto moet trekken van hun. Tegen dat ge daar zijt hebben weeral 7 andere mensen het gezien en moet ge die weer allemaal fotograferen… zo blijft ge natuurlijk bezig. Dermee dat we het geen slecht idee vinden om als een wervelstorm door Manyatta en Kondele te razen en alle foto’s te nemen nog voor ze goed en wel beseffen dat we een fotomasjien vast hebben. Vandaar. Dit geheel gaat dan uiteraard weer érg snel. ’s Avonds zetten we de foto’s dan over en duiden we van elke foto aan waar ze precies genomen is. Dit gaat dan uiteraard weer érg traag.



Verschillended sfeerbeelden van onze fotorush door Manyatta en Kondele

Hier en daar pikken we er ook de belangrijkste typologie uit en vragen we of we binnen de compound mogen optekenen. Dan maken we een soort eenmalige studie die redelijk representatief is voor de helft van de huizen daar.

Af en toe proberen we ook op de hogere gebouwen te geraken voor een uitzichtje en enig structuur te krijgen in de wirwar van koterijen. Een van deze gebouwen was een ruwbouw structuur met onderaan een groothandel die reeds in gebruik is. We vroegen daar of het mogelijk was om even bovenaan te kunnen gaan kijken. Jaja, dat was mogelijk, IF you can ‘CLIMB’ the way up… (?) Blijkt dat van grondniveau naar niveau één dus nog geen trap voorhanden is. Een erg vriendelijke en open Masaï (dat hadden we dus nooit verwacht, een open Masaï!) nam ons mee naar de achterkant en daar moesten we via een omgevallen tafel, boom en golfplaten barak naar het eerste niveau klauteren. Fie heeft dat erg goed gedaan. Een erg mooi zicht van boven en een erg verhelderende blik op de omgeving.




Uitzicht vanop een der hoge gebouwen en uiteraard ook een kiekje van ons: geheel ongeposeerd!

Dit is wat de voorbije week zowat hebben gedaan. Uiteraard zijn de verschillen in cultuur daarbij niet geheel onopgemerkt voorbij gegaan.

Laat me om te beginnen het even hebben over Sofie haar beste vriendin. We bestellen twee chapati’s in een lokaal eetkraampje. Voor diegene die niet geheel weten wat dat is, vergelijk het met een –heerlijke- vettige, hartige, dikke pannekoek, die hier normaal bij het eten wordt geserveerd. Bij de bonen of bij de kip, of bij alles eigenlijk. Maar droog is hij dus ook bijzonder lekker. Soit, we bestellen dus 2chapati’s en een lieve dame bedient ons. Nét als we betaald hebben en een halve voet buiten de barak zetten klampt de lieve vrouw Sofie een beetje heimelijk aan. Op een erg geheimzinnige en fluisterende toon vraagt ze Fie’s gsm-nummer, waarop Fie nogal verbaasd vraagt waarom ze dat wil hebben, waarop zij op haar beurt gewoon antwoordde dat ze goede vrienden wou zijn. Jah, wat kan een mens daarop tegen hebben in feite he? Dus die avond kreeg Fie een bericht van Flora dat ze haar een goede nacht wenste en vroeg of we de volgende dag niet konden komen avondeten bij haar thuis. Erg lief natuurlijk, maar als we op alle lieve verzoeken in zouden gaan zouden we niets anders meer kunnen doen… we hebben maar teruggestuurd dat we de volgende dag zeker nog chapati kwamen eten. Een goed plan. Deze keer moesten we mee haar oma gaan groeten die om de hoek werkte. Ook al haar nonkels en zeven tantes hebben we gezien op dat wandelingetje naar de oma. Erg leuk, ze zijn hier erg open, we geraken er al wat aan gewend -al kunnen we ons nog niet inbeelden dat we de volgende keer in België bij het kopen van een wit brood ons gsm-nummer ook zullen moeten geven.

(god vergeve het ons, we noemen haar Flora Chapati –een erg toepasselijke maar ook wel erg suske en wiske klinkende naam)

Fie Chapatie

Goed, op bijna dezelfde wijze heb ik ook een heel goei vriendin gemaakt, Wilkester van de markt. Ze verkoopt groenten en fruit en bij het kopen van een banaan heb ik een foto getrokken, waarna we natuurlijk vrolijk gsm-nummers hebben uitgewisseld. Elke keer we er nu voorbij komen groeten we haar en zij ons natuulijk. We hebben zelfs al een portie ground-nuts zo gekregen, ondanks mijn aandringen om er gewoon voor te betalen.

Waar Flora nog een sms stuurde, gebeurt het eigenlijk wel vaker dat mensen aan wie je je nummer geeft gewoon voor een halve seconde laten rinkelen, als in “bel mij terug”. Jah, daar kunnen we natuurlijk niet geheel mee lachen en bellen we meestal ook wel niet terug (god vergeve het ons).

arts & crafts

Een van deze dagen zaten we ook met een kleine paniek-situatie. ’s Ochtends aangekomen in Kondele, Luk zit nog op een stoeprand wat aantekeningen te maken en Fie staat 15meter verder wat rond te kijken en aantekeningen te maken. Plots merk ik dat ALLE mensen die ik kan zien op de markt in de richting kijken van Fie. Heu? Wat valt er te zien, dus ik kijk even op en kijk vrolijk mee in de richting. Plots doen ALLE mensen van de markt het teken naar mij dat Fie ginder ergens in een bar gesukkeld is. Aargh, ik loop er gauw heen en steek alle spullen vlug weg. Fie staat bij een klein barakje dat als bar dienst doet, waar we de vorige dagen al een aantal keer voorbij kwamen. Een niet gering aantal dronken mannen riep ons toen al toe, met een niet gering aantal dubbele tongen, dat we moesten komen. (HEEAI MLUSUNGLU) We wandelden er eigenlijk altijd al met een aardig boogje en een vlugge groet voorbij en aan uitgerekend DAT barretje stond Fie nu. Ze was er eerder bijna ingeduwd hoorde ik achteraf. Dus ik vervoeg me bij mijn collega, moet daar nog eerst de halve bevolking een hand schudden en probeer Fie mee weg te trekken richting veiliger, zonder onze dronken ‘vrienden’ op stang te jagen. Ze achtervolgden ons nog een tiental meter en toen er daar nog een andere zatte met Fie begon te babbelen kreeg die zatte plots een paar rake meppen van onze dronken ‘vriend’. Aaargh, lopen maar… door de markt, alle mensen gebaren dat we nog maar wat verder moeten doorlopen… uurgh, en lopen maar. Bon, uiteindelijk niets gebeurd dus maar toch even lichtelijke stress daar. Nota, het was 11uur ’s ochtends en alle mensen in de bar waren meer dan dronken -al gebeurt het eigenlijk érg frequent dat we dronken mensen tegenkomen op straat, op alle uren van de dag. Achteraf hoorden we dat het het einde van de maand was en alle mannen hun salaris eens flink gingen halveren in de bar.

Verder zijn wij ook onze zelve eens gaan laten gaan in een bar, maar dan een degelijker en op een degelijker uur. Ivy die we hier kennen als de dochter van één der slum-leaders nam ons mee naar de ‘mon ami’. Een fancy barretje waar ’s avonds al eens een voetje wordt verschoven, op echte ‘rock-music’ aldus Ivy. Ah, en wat mag dat dan wel zoal zijn, vragen we haar? Erg vrolijk begon ze daar ‘BAAILACHIEEE BAAILACHAAA’ te kwelen… (urgh, naar Europese normen een fout poplied ingezongen door een menig fout travestiet, met een fout achtergrond-deuntje op een fout ‘Eugène-Jos-Bosmans-show-orgeltje’)

Ivy, zo dronken als een paard in de gang na haar twee Schmirnoffs klampte mij iéts te hard aan en Fie had last van ene mister ‘I do the ducky-dance for you don’t you like me now?’. Goed, een gezellige avond dus wel.

Ons vader begint ons maar al te graag te zien en vindt het maar al wat te jammer dat we haar huis nog altijd niet gezien hebben. Vandaag was Fie in de Town Hall met ons vader aan het praten voor wat informatie omtrent de verschillende CBO’s (community based organisations) en NGO’s… jammer genoeg ging het interview niet zo vlot en moest Fie na elke vraag degageren naar een ander lokaal. Zowat alle klerken van de Town Hall kennen haar nu bij naam en voornaam en leeftijd (like they care). Maar goed, in die richting kunnen we nu toch ook weer wat verder.

(ons vader? hoor ik u mompelen… wel, dat is ons Mary. We vonden het nogal sneu om ze gewoon ‘ons tweede moeder’ hier te noemen en daarom hebben we ze –clever clever- ons vader genoemd –en ook wel een beetje omdat het lijkt of ze 4 toupetjes bovenop elkaar gestapeld heeft.)(god vergeve ons)

sfeerbeeldje uit Manyatta

Goed, we gaan het hierbij laten.

Vanaf nu proberen we frequenter minder lange posts te postsen, zodat fans niet zo lang op hun honger moeten zitten.

Nog exact een maandje min één dag en start…

zoenen,

uw aller,

kak en bonen


the whitest/hippest duo in town

(merci ma voor uw mailtje, ik heb het met veel plezier en een grote glimlach gelezen)

en aan broer en zus: de uitnodiging voor het huwelijk wordt met veel plezier ontvangen op:

LUKE LEFEVER

CARE OF SOOPER GUESTHOUSE

P.O.BOX 40100 1729

KISUMU, KENYA

(post voor Fiebel mag natuurlijk ook altijd naar dit adres verstuurd worden, misschien ook met mijn naam erboven want mijn naam kennen ze beter dan Fiebels)(let ook op de spatie's tussen 40100 en 1729 !)